vrijdag 25 augustus 2023

I can do hard things (3) - Wat een transitie

Deel 1 vind je hier; deel 2 schreef ik begin deze maand.

In dit laatste deel wordt onze zoon geboren.

Er komt een verpleegkundige binnen. 

"Ik heb nog het BSN-nummer nodig" zegt ze, tegen iemand: mijn vriend, of de verloskundige. Hoewel ik me voel alsof ik in een focuswolk zit, komt de vraag ook bij mij aan. Ik begin het nummer op te dreunen: "drie zeven negen negen twee...". De vrouw, korte blonde krullen en een bril, kijkt verbaasd in mijn richting en lacht: "Oh, oké..." Een dankbare afleiding van de pijn, mijn brein richten op de cijferreeks. Ik hoop dat ze het heeft opgeschreven. En het nog even controleert. De nevel trekt weer op en ik merk dat ik het gesprek niet meer volg. Ik probeer de pijn zo goed mogelijk te ondergaan.

Terwijl ik op het bed lig zie ik de handenalcohol aan de muur hangen. Er naast een noodbel en een beademingsmasker dat gebruikt wordt bij reanimaties. Ik voel de spanning wegebben. Alles is hier aanwezig. Dit is de meest veilige kamer die er is. Alle professionals zijn in huis. Ja, ik word dus gewoon blij van deze medische toolkit aan de muur… Hierna ben ik de volgorde van de gebeurtenissen een beetje kwijt. Alles vindt plaats in de bevalkamer met kleine aangrenzende badkamer. Mijn geheugen heeft dus geen haakjes om de herinneringen goed te structureren, maar het zal ongeveer kloppen. 

Het opblaasbare bevalbad staat in de hoek van de kamer en loopt langzaam vol. Via een opstapje klim ik erin; het water heeft een prettige temperatuur, iets aan de warme kant. Ik ga langzaam door mijn hurken om te gaan zitten, als er een wee opkomt. Ik krijg het vreselijk warm, begin te zweten. In het water de wee opvangen lijkt het slechtste idee allertijden.

“Ik ga eruit! Ik ga eruit!” 

Alleen mijn voeten en kuiten zijn nog maar nat. Het is belachelijk, dat voel ik ook, maar het is het enige juiste om te doen. Ik moet en zal uit het bad. Ondertussen zegt Rosan iets met als strekking dat ze even van de kamer afgaat om de administratie te doen. 

“Ga je weg? Nee dat kan niet! Je moet blijven!” zeg ik eisend. Haar voorstel lijkt me onmogelijk: verdergaan met de bevalling zonder verloskundige. Ik weet nu eigenlijk al bijna niet meer wat ik moet doen. Tegelijkertijd voel ik heus wel dat mijn verzoek een beetje apart is. Er is niet echt iets dat zij of T van mij kunnen overnemen. Dit argument blijft echter goed verstopt in mijn rationele brein, en mijn instinct spreekt. Ik lig eventjes op het bed, en voel me een beetje schuldig om al dat schone warme water dat nu voor niets het bad in is gegaan. Ik weet zeker dat ik er niet meer in zal gaan. 

Het zal tegen 23:00 uur zijn nu, misschien iets later. Ik hang en leun wat tegen het bed maar ik moet alweer naar de wc. Er komt niks. “Volgens mij moet ik poepen,” zeg ik onzeker tegen Rosan, “maar het lukt niet”. Ik hoop dat ze begrijpt wat ik bedoel te vragen: help me, ik snap niet hoe ik verder moet met deze bevalling, kun jij het me vertellen? Als Rosan voorstelt te toucheren ben ik ergens toch verbaasd. Zou ik het echt goed hebben? Ik kan het niet echt geloven: ik voel druk en krampen en pijn, maar de persdrang wordt in cursussen omschreven als een oergevoel. Iets dat je “niet kunt missen”. Iets dat je “niet kunt tegenhouden”. Dat vind ik toch niet van toepassing nu…

Ik loop-dans naar het bed dat los in de kamer staat, het hoofdeind omhoog. Er komt weer een wee - tenminste, dat denk ik dan, want ik herken het gevoel nog steeds niet super goed. Ik voel namelijk continu niet prettig. Deze keer ga ik op mijn knieën op bed zitten en laat mijn armen en bovenlichaam over het hoofdeind hangen. Wat een ellende, ik wil echt niet meer. 
Maar zoiets kan ik niet zeggen natuurlijk...

“Ik wil naar huis,” jammer ik daarom maar in het kussen. T en de verloskundige moeten lachen. Het breekt de spanning weer een beetje. Naar huis kan natuurlijk net zo min als ermee ophouden, en nu helemaal niet meer. “Nou, wil je je ontsluiting weten?” zegt Rosan lachend. “Je hebt 10 cm… we kunnen proberen te gaan persen!”

Later lees ik terug dat dit moment transitie wordt genoemd. De barende gaat van ongeveer 7 naar ongeveer 10 cm ontsluiting, vaak in rap tempo, en weet daarbij niet meer wat ze moet. Hét moment om uitspraken te doen als "ik wil niet meer", of "ik wil pijnstilling". Het moment dat we denken het écht niet meer te trekken, “the point of no return” Dit kan ik helemaal beamen. 20:12 twijfelde ik nog aan de weeën, en drie à vier uur later heb ik volledige ontsluiting. Wat een transitie.

We beginnen de persfase een tijdje op de baarkruk. Af en toe een slokje water met een rietje voor mij. Het lijkt of de verpleegkundige ook min of meer continu aanwezig is. Ze zal een jaar of 50 zijn en oogt heel moederlijk en kordaat. Niet mijn type vriendin, misschien, maar voor de geboorte geeft ze me vertrouwen. Ze ziet er ervaren uit. “Wil je dat ik foto’s maak?” vraagt ze, maar daar moet ik niet aan denken. Ik zie er vast vreselijk uit en dat ga ik niet mooi weg kunnen poetsen. Bovendien, straks ga ik me daar nog druk over maken...

Het lijkt niet te vorderen op de baarkruk. Balen. “Ik dacht dat het goed ging!” zeg ik. “Dat ging het ook, maar nu vlot het even niet meer, we kunnen iets anders proberen” Hoewel in cursussen vaak geageerd wordt tegen op je rug bevallen (“er is zoveel meer mogelijk!”), ben ik te moe om een andere positie te bedenken. Ik wil gewoon op dat bed liggen. Het persen valt me best zwaar. Het is het laatste van de bevalling, maar wie weet hoe lang het duurt. 

“Je doet het super!” zegt T.
“Je had een plan gemaakt en nu voer je het uit!” 

Dit is zo onwijs bemoedigend. Ja, het doet pijn, maar ik ben het maar wel mooi aan het doen. Ons plan! Zonder pijnstilling! De baby komt eraan! “Hoe laat is ze begonnen met persen?” hoor ik achter me vragen, en dat brengt me weer met twee voeten op aarde. De persfase mag niet te lang duren, meestal worden zorgprofessionals na 1,5-2 uur bezorgd. Ik wil absoluut geen keizersnee, dus op een gekke manier motiveert me dit nog meer. Ik moet en zal ons kind er zelf uit duwen! Afwisselend pers ik en denk ik dingen als: Het gaat lukken! I can do hard things! - dit mantra heb ik vanmorgen nog gelezen op een instagramaccount over zwangerschap, bevallen & de postpartum periode. Het stond nergens in mijn plan, een mantra, maar deze zinnen hebben mij echt gevonden. Naast het gaat lukken en I can do hard things, heb ik een derde, dat is meer een reminder dan een mantra. Miljoenen vrouwen hebben dit ook gekund, of zijn nu ook aan het bevallen! Ik kan het ook!

T. zorgt ondertussen voor natte washandjes en slokjes water. De verpleegkundige, ik noem haar maar even Els, en Rosan pakken op een gegeven moment elk een been van me vast. “Hij is er bijna! Het hoofdje staat!” Heel pijnlijk, dat 'staan', maar ik probeer er niet teveel aan te denken. The only way is through. Het valt me eerst tegen hoe lang het nog duurt tot onze zoon geboren wordt, maar dan opeens: hij is er! En alle pijn is weg! Hij moet huilen! Hij leeft! Ik ben overweldigend blij, volgens mijn man was één van mijn eerste reacties “zijn Apgar scores zijn dus goed!” Er gebeurt van alles, ik huil maar algauw heb ik onze zoon op mijn borst liggen. Hij voelt heerlijk zacht en warm. Zijn gezichtje is rood en opgezet. Hij huilt jammerend, met zijn ogen dicht, echt een pasgeborene. Het voelt meteen uiterst belangrijk om hem te troosten. Ik pak zijn pinkje zachtjes vast en houd hem onder een celstof matje.

Als Els een foto van ons maakt is hij al stiller. Even later ligt hij rustig bij me. Wat zijn we allemaal opgelucht: onze zoon is geboren. Hij leeft.


Mijn lessen

1. Een zwangerschaps- of bevalcursus waarin je veel instrumenten aangereikt krijgt om om te gaan met de pijn, is ontzettend waardevol.

2. Elke vrouw ervaart haar bevalling weer anders. Ik had een weeënstorm maar twijfelde of ik weeën had. Ik twijfelde aan persdrang, omdat het niet leek op wat in de boekjes stond. Gelukkig begrijp ik als zorgprofessional dat elk mens anders is, anders voelt. Ik denk niet dat de verloskundige mij te vroeg heeft laten persen. Maar online zie ik heel wat doula's (met minimale opleiding! doula is geen beschermde titel!) andere dingen beweren. Als vrouwen op instagram vragen "heeft iedereen persdrang?" antwoorden met: "in principe wel, er zou geen reden moeten zijn dat jouw lichaam dat niet kan opwekken, misschien werd er niet lang genoeg gewacht?" Dat vind ik best kwalijk: vrouwen met terugwerkende kracht nog een vervelend gevoel geven over hun bevalling. Een zorgprofessional ergens van beschuldigen terwijl je er niet eens bij was.

3. Hierbij aansluitend:
Elke cursus waarin met stelligheid iets beweerd wordt ("beval niet op je rug! geef nooit toestemming voor [handeling X]! Elke vrouw heeft [symptoom Y!]'), moet je met een korreltje zout nemen. 

4. Een bevalling is zo'n ontzettende prestatie. Ik heb zo'n respect voor elke vrouw die ooit gebaard heeft. Wat een oerkracht.

dinsdag 8 augustus 2023

I can do hard things (2) - Het is zover!

Deel 1 lees je hier.

Note: dit is een zo realistisch mogelijke beschrijving van mijn bevalling (zonder overdreven veel details toe te voegen). Laat een woordkeuze hier of daar je vooral niet afschrikken, ik kijk er heel goed op terug.


Na de eerste weken van mijn verlof veel regen gezien te hebben, is het deze maandag eindelijk warm en zonnig. Ik heb de hele middag heerlijk op het terras gezeten, aan het water, samen met vriendin B. Het leek me leuk buitenshuis af te spreken gezien het de laatste dagen tot mijn uitgerekende datum zijn en ik elke dag nog een uitstapje probeer te doen.

Net als ik eraan denk de rekening te vragen, twijfel ik of ik wat nattigheid voel. Zouden mijn vliezen gebroken zijn? Ik ga voor de zekerheid nog eens naar de wc, maar daar kan ik eigenlijk niets bijzonders ontdekken.

We nemen afscheid. Ik fiets naar huis, waar ik rustig samen eet met mijn lieve T. Hij wil daarna nog gaan schilderen op zolder, alles staat al klaar. Ik kruip even achter mijn laptop om laatste taakjes te doen, zoals een adreslijst opstellen voor de geboortekaartjes. Het gaat lekker vlot, maar opeens voel ik toch weer nattigheid. Ik sta op om naar de wc te gaan en… die haal ik niet. Na twee stappen in die richting stroomt een hele plas water op de vloer. Alsof het uit de lucht valt. Of ja, water, wat is het? Er zitten wat witte vlokjes in. Het ruikt niet naar urine. Oké. Het is zo ver. Mijn vliezen moeten wel gebroken zijn, wat kan dit anders zijn? Alleen die witte vlokjes… ik Google nog gauw even: kan wat huidsmeer van de baby zijn. Check. Het ziet er niet vies uit, ik ben gerustgesteld. Ik heb verder nog nergens last van. Geen wee te bekennen.

Er dient zich wel iets anders aan: enorme drang om te gaan opruimen. Het huis moet netjes zijn! Had ik dat nou maar even eerder gehad ;-)...

Ik maak een beginnetje, maar natuurlijk niet voordat ik T op de hoogte heb gesteld. Hij wilde na het schilderen ook nog even gaan hardlopen (ik probeer maar niet te jaloers te zijn dat hij dit soort plannen kan maken voor één avond...).

“Mijn vliezen zijn gebroken!”
“Oh! Echt!” Ik zie dat hij het spannend vindt - ik natuurlijk ook. “Ik stop zo!” zegt hij.
“Dat hoeft niet hoor” antwoord ik. Ik denk er steeds aan dat je vliezen kunnen breken zonder dat de weeën goed op gang komen. Dat er dan zoveel uur later een inleiding nodig is (wat ik echt niet wil). Gelukkig weet ik ook heel sterk wat ik gepland had: een rondje wandelen zodra de bevalling start. Blijf in beweging, heb ik vaak gehoord, dan vordert het wel.

Terwijl T afrondt geef ik beneden toe aan mijn opruimwoede. Alle verpieterde dingen van de fruitschaal af, tafel leeg maken, vuilniszak vervangen, glas wegbrengen. En natuurlijk de verloskundige bellen...

Dat doe ik om 20:12 uur. Rosan is net klaar met een bevalling, maar kan me wel eventjes te woord staan. Ze komt straks even langs, zegt ze, en ze zal terugbellen als ze vertrekt. Ik vind het prima. Ons gesprek duurt nog geen minuut.

T is inmiddels ook beneden, we blijven steeds dingetjes vinden in huis die we kunnen opruimen, maar we voelen allebei: we moeten nu echt ons rondje gaan wandelen. Dit idee komt vrij sterk uit de hypnobirthing cursus. Daar zagen we een filmpje van een stel dat in het bos wandelde terwijl zij af en toe een wee wegzuchtte. Eronder stond: 12 uur voor de geboorte. Heel inspirerend vond ik het toen. Een soort van must ook: als het echt nog zolang duurt, kun je maar beter manieren bedenken om de tijd door te komen. Maar in het echt is minder speciaal. Als we eenmaal op straat staan wordt dat duidelijk: ik ben traag en gauw buiten adem. We lopen dus een minuscuul rondje: onze straat rond en weer terug. Meer lukt me echt niet. Ik ben ook op teenslippers, schoenen aantrekken voelde als te veel moeite.

We denken allebei dat het wel eens lang kan gaan duren. “Je hebt nu ook nog helemaal niets gevoeld, toch?” vraagt T - maar op dat moment realiseer ik me dat dat toch niet helemaal waar is. Ik heb wel een soort vage kramp die lijkt op menstruatiepijn. Misschien een wee, maar het doet nog niet echt voldoende pijn…

Hoe kort ons rondje ook was, het was heerlijk buiten: zomerse geuren van gras en bloemen. “Misschien over twee uur nog een keer dit stukje lopen?” zeg ik enthousiast. Ik heb ook al andere ideeën om de tijd door te komen: lezen in het boek van Sander de Hosson dat ik nog niet uit heb, misschien een aflevering van een serie kijken, en natuurlijk vroeg naar bed om nog zoveel mogelijk slaap te pakken... Ik kom de tijd wel door, denk ik.

T gaat naar boven om de laatste dingen op de babykamer klaar te zetten. Ik blijf beneden. Lees twee columns, maar kan me dan toch niet meer concentreren. De buikpijn neemt toe, ik moet naar de wc, maar steeds als ik daar ben heb ik geen rust om er op te zitten. Ik ga op mijn yogabal zitten: ook zoiets dat ik vooraf heb bedacht. Rustig beweeg ik heen en weer. Onmiddellijk krijg ik gigantisch veel pijn in mijn buik. Ik weet niet hoe snel ik er weer af moet komen. Het precieze omslagpunt kan ik me niet herinneren, maar opeens is het helemaal aan. Alsof er een grote golf over me heen komt. Zo intens dat ik niet eens weet of ik het pijn of 'onwelbevinden' zou noemen.

In de hoek van de kamer staat de ventilator aan. Ik ga er met mijn blote buik voor staan, het helpt iets. Ik leg de yogamat neer en ga er op handen en knieën op zitten. Daarna maar weer even in child's pose liggen. Buik, billen, bekken, alles doet continu gigantisch veel pijn. Ik kan het eigenlijk niet omschrijven hoe het voelt.

Ik probeer dit gevoel de baas te zijn met de ademhalingstechnieken die we geoefend hebben, maar het is moeilijk. Waarom zou je in hemelsnaam twee kinderen krijgen, gaat het door me heen, dit wil ik nooooooit meer… Ik schrik er zelf van. Niet omdat ik zo’n sterke kinderwens heb, maar omdat ik liever geen ruggenprik wil, en ik lijk nu al te denken aan pijnstilling. Dat was niet het plan. Maar wat als dit nog niet eens weeën zijn en het allemaal nog erger wordt?

Ik besluit de weeëntimer te gaan gebruiken.

Het is 21:05 als ik hem voor het eerst aanzet. Een wee van één minuut, dan drie minuten rust. Oké. De volgende laat ik 4 minuten aanstaan in de app, dan 8 minuten uit. Daarna 3 min aan, 4 min uit. Geen flauw idee meer. Ik moet naar de wc. Oké, en door. De pijn wordt meer, ik ben blij als T beneden komt. De timer staat nu ineens al 12 minuten aan. Ik ontdek dat tegen een deur duwen met twee handen helpt, als ik ondertussen mijn voeten als danspassen blijf bewegen. Naar voren en naar achteren, terwijl ik blijf duwen. Ik probeer nog steeds te timen maar raak ondertussen steeds meer de draad kwijt. Ik heb helemaal geen pauzes. T en ik vragen ons af of ik wel weeën heb.

De verloskundige heeft nog steeds niet teruggebeld. “Als ze om 22:00 uur niet heeft gebeld bellen wij nog eens, hoor” weet ik nog uit te brengen. Verder lukt praten niet zo goed meer. Om 21:45 uur belt ze gelukkig. Vanaf de grond, waar ik op de yogamat een houding probeer te vinden, roep ik de antwoorden op haar vragen. Ineens lukt praten toch weer normaal. Ik maak wat excuses naar T, want tegen hem kon ik net alleen maar kreunen. Gelukkig komt Rosan gauw en ze stelt voor te toucheren. Prima. Het is niet prettig maar het is lang niet zo erg als de pijn. Ik heb in mijn bevalplan geschreven dat ik liever niet wil weten hoeveel cm ontsluiting ik heb, alleen of het goed gaat, of er voortgang is.

“Als je in het ziekenhuis wil bevallen, dan moeten we toch wel gaan bellen. Geen spoed, maar pak maar wel de spullen”.

T gaat naar boven. Rosan belt op de gang de verloskamers. Ik loop inmiddels door de woonkamer en keuken in alleen mijn BH en topje. Misschien helpt het geen kleding meer te voelen op buik en bekken. Ik denk dat ik haar hoor zeggen dat ik 5 cm heb, maar tegelijkertijd ben ik zo van de wereld en wilde ik dit juist niet weten, dat ik het meteen weer vergeet. Ben toch ook te druk met mezelf.

Rosan komt weer terug, we krijgen het laatste plekje in het dichtsbijzijnde ziekenhuis. Ik ben heel blij hiermee, echt precies wat ik wilde. Als pijnstillingsoptie tijdens de bevalling heb ik ook nog een bevalbad op mijn 'optioneel'-lijstje staan. Ons gehuurde bevalbad blijkt te groot voor de ziekenhuiskamer, dus meenemen blijkt zinloos. Nooit geweten dat dat kon. Gelukkig mogen we die van het gezondheidscentrum gebruiken. Ze gaan hem vol laten lopen. Wauw, wat een geluksvogel ben ik. Er komt een bad! Hoe fijn is dat! Ik kan er niet al te lang bij stil staan, we moeten ons klaarmaken: lenzen uit en bril op. T komt beneden, wij staan al klaar.

Hij vertelt me later dat hij nu ineens toch haast voelde. Had hij rustig ingepakt, stonden wij al trappelend bij de deur... Die haast bleek er later ook een beetje te zijn.

Als ik door de voordeur naar buiten stap, voelt dat heel stiekem. Het is inmiddels tussen 22:00 en 22:30 uur, en er is haast niemand meer buiten. We vertrekken met zijn tweeën (plus Rosan), maar zullen terugkomen als gezin van drie. Er is nog niemand die dat weet.

Ik ben bang dat de weeën zullen afnemen tijdens de autorit, én ik ben bang dat ze zullen doorzetten... De waarheid ligt in het midden. Ik hang wat op de achterbank terwijl T en Rosan ter afleiding kletsen over verbouwen. Rosan zet ons netjes af bij de ingang. Ze gaat parkeren, wij mogen alvast naar de verloskamers gaan. Het is maandagavond, het is uitgestorven bij de ingang maar nog wel heerlijk licht. Ik voel me beroerd als ik de auto uit kom. Probeer te wandelen maar het blijkt toch verstandiger om even over de plantenbak te buigen… uiteraard kan ik de geboorte niet starten zonder nog één keer te spugen (ik heb de eerste zestien weken last gehad van misselijkheid en overgeven). Nu is mijn lichaam helemaal schoon, denk ik. Een ongeruste voorbijganger komt vragen hoe het gaat en ik krijg wat water om mijn mond te spoelen. Fijn. Fris. Meteen dient de volgende wee zich aan. Ik zet mijn handen op de dichtstbijzijnde auto (een geparkeerde taxi) en stap weer van voor naar achter. Mijn weeëndans. Rosan komt er aan, en we gaan met zijn drieën naar boven.

In de bevalkamer gooi ik de meeste kleding weer uit, waardoor ik halfnaakt rondloop. Het blijkt me allemaal nog maar weinig te boeien. "Zal ik de meditatiemuziek aanzetten?" vraagt T. Ik knik of hum ter bevestiging. Het zachte getingel van de hypnobirthing mantra's vult de ruimte, al vlot gevolgd door een rustgevende vrouwenstem.

Ik word meteen helemaal gek. Het is zó niet in overeenstemming met pijngolf waar ik weer in zit. "Uit! Doe uit!" roep ik, terwijl ik over de badrand ga hangen.

Volgens mij moet iedereen lachen. Ik eigenlijk ook wel, als ik van bovenaf naar mezelf zou kijken.

Wat een toestand...

dinsdag 6 juni 2023

I can do hard things (1) - mijn voorbereiding op de bevalling

Er komt een verpleegkundige binnen. "Ik heb nog het BSN-nummer nodig" zegt ze, tegen iemand: mijn vriend, of de verloskundige. Hoewel ik me voel alsof ik in een focuswolk zit, komt de vraag ook bij mij aan. Ik begin het nummer op te dreunen: "drie zeven negen negen twee...". De vrouw, blonde krullen en een bril, kijkt verbaasd in mijn richting en lacht: "Oh, oké..." 

Een dankbare afleiding van de pijn, mijn brein richten op de cijferreeks. k hoop dat ze het heeft opgeschreven. En het nog even controleert. De nevel trekt weer op en ik merk dat ik het gesprek niet meer volg. Ik probeer de pijn zo goed mogelijk te ondergaan. 

 

Wát een bijzondere ervaring is een bevalling. Hoewel mijn zoon nu 'al' 1,5 jaar oud is, wil ik nog steeds graag een keer het geboorteverhaal opschrijven. Om te blijven onthouden hoe de bevalling voor mij was, maar óók omdat ik vind dat er positiever naar de bevalling gekeken mag worden, en omdat ik elke zwangere gun om er met vertrouwen in te gaan - aangevuld met wat gezonde spanning en zenuwen natuurlijk.

Bevallen is met niets te vergelijken. Hoewel ik in de bijzondere positie zat dat ik al vele bevallingen had bijgewoond, kon ik toch niet voorspellen hoe het ging zijn. Kon ik pas achteraf woorden geven die daadwerkelijk mijn ervaring omvatten. Ook het 'post partum traject' had ik niet goed kunnen voorstellen tot ik er zelf middenin zat, maar dat is een ander verhaal voor een andere keer. 

Ik ben al heel kort na de bevalling begonnen met het opschrijven. Inmiddels zie ik in dat het te veel informatie is voor één stuk. Daarom wijd ik eerst deze blogpost aan wat mijn voorbereiding was. Uiteraard is dit iets heel persoonlijks - als jij nu voor het eerst zwanger bent zal het voor jou weer anders zijn. Zelf heb ik van verschillende plekken informatie en ervaringen meegenomen, zelfs onbewust een mantra opgepikt dat ik tijdens de bevalling in mijn gedachten hield. Wie weet kan dit stukje ook zoiets voor jou zijn, of vind je het gewoon interessant om meer over te lezen. Of misschien lees je dit stuk (later) terug omdat mijn bevallingsverhaal nog vragen opriep.

Zoals je misschien weet ben ik arts. Het is al even geleden, maar gedurende zo'n 3 jaar had ik een baan waarbij ik betrokken was bij bevallingen waar iets niet goed dreigde te gaan. Ik stond dan klaar voor het kind1, mocht er een probleem zijn. In het gunstige geval (en het meestvoorkomende) waren dat kleine overgangsproblemen. Maar hoe zeldzaam ook: het kon ook een reanimatie zijn. Dat maakt dat ik een lijstje van kindernamen heb, dat in mijn geheugen gegrift staat.

Zoiets vormt je.

Ik was dus tijdens de voorbereiding vooral gefocust op het kind. Als alles daar maar goed mee zou gaan. Dat maakte dat ik het allerliefst zonder medische pijnbestrijding wilde bevallen. Te vaak had ik gezien hoe na een ruggenprik de vrouw zo goed ontspande, dat de weeën afnamen en de bevalling stagneerde. Dit leidde vervolgens vaak tot een infuus met weeënopwekkers - door de moeder vaak als heftig ervaren - of er ontstond infectiegevaar voor het kind vanwege langdurig gebroken vliezen en/of koorts bij de moeder.2

Ik was dus niet alleen vooral bezig met het kind, maar ook vooral met alle onverwachte situaties voor het kind. Dit gaf me ergens ook veel rust: ik kende al bijna alle scenario's en zou dus in ieder geval niet verbaasd hoeven zijn als bepaalde dingen ons zouden overkomen. Het gebeurt ook nooit allemaal tegelijk, zei ik tegen mezelf. En voor mijn bevalling was mijn wens dus het zo hands off als mogelijk te houden.

Ik wist tegelijkertijd ook dit: ~ 60% van de vrouwen die met de verloskundige samen aan een bevalling begint, eindigt uiteindelijk in het ziekenhuis onder medische begeleiding.3 Dat is veel! Maar dat betekent echt niet dat dat allemaal drama's zijn: een groot deel gaat 'alleen maar' naar het ziekenhuis voor de pijnbestrijding met een ruggenprik. Wel blijkt: een vrouw die van haar eerste kindje met alleen begeleiding van een verloskundige bevalt, of het nu thuis is of in een geboortecentrum (= de eerste lijn), is in de minderheid. 

Dus ik probeerde realistisch te blijven, maar het was absoluut mijn wens.

Medisch gezien vond ik mezelf wel voldoende voorbereid. Het werd tijd om me te verdiepen in bevallen als werkwoord. Mijn vriend en ik schreven ons in voor een vijfdelige cursus hypnobirthing. Hypnose is bewezen effectief bij o.a. buikpijn4, dus ik was nieuwsgierig. Het was nog steeds coronatijd, dus volgden we de cursus online met drie andere stellen (helaas, want: minder sociaal, maar het spaarde ook veel tijd). Het was heel informatief en vernieuwend. We deden bijvoorbeeld geleide meditaties, iets dat ik echt heerlijk vind. De meditatieve kant was dan ook waar ik het meest aan had.

Het stuk van de officiële hypnobirthing cursus dat de medische wereld shame't vind ik logischerwijs een stuk minder prettig. Ook onze cursusleidster placht dit soms te doen. Bijzonder vond ik dat: negatieve uitspraken doen over 'alle artsen', of een medisch voorstel doen terwijl je zelf geen verloskundige, gynaecoloog of kraamzorg bent. Natuurlijk geldt: neem mee wat voor jou van waarde kan zijn, maar als kritisch luisteraar ben ik altijd bang dat wie minder medische kennis heeft net het verkeerde meeneemt. Maar goed, mijn vriend wist me voldoende rustig te houden, zodat ik niet op elke opmerking reageerde (haha) en we rondden de cursus af.

Mijn verlof ging in, we gingen rond week 34 nog een weekendje weg ('de babymoon' - ons vakantiehuisje was zo dichtbij dat mijn vriend erheen fietste) en toen... afwachten maar, tot onze zoon zich aan zou dienen.

Aanvankelijk was ik niet zo gefocust op de bevalling. Het voelde nog ver weg. Liever deed ik andere dingen: klusjes in huis of sporten met een zwangerschapsgroepje (aanrader <3!). Het was bizar om mijn conditie elke week achteruit te zien gaan, maar ergens ook heel logisch. Natuurlijk was ik er wel dagelijks mee bezig, maar vaak raakte ik dan toch afgeleid door 'alles' dat nog geregeld moest worden. Vanaf week 37 kwam de bevalling wat dichterbij. Terugkijkend lijkt me dat helemaal prima, there is only so much you can do aan voorbereiding. Toen maakte ik me wel eens zorgen, dat ik niet genoeg deed.

Ik begon met luisteren naar geboorte-affirmaties, die hadden we gekregen bij de cursus. De teksten waren wat zweverig, eigenlijk niet mijn ding, maar ik vond het fijn 'huiswerk' te doen. Als ik nu deze teksten met rust en ontspanning zou associëren, zouden ze misschien tijdens de bevalling weer helpen ontspannen.
Online volgde ik mamastefit op instagram (aanrader!). Twee zussen (verloskundige i.o. en doula/master exercise science) delen tips om fit te blijven in alle fases van de zwangerschap, bevalling & het herstel. Ik nam mee wat me aansprak, maar ook wat toevallig bleef hangen. De focus op sporten hielp me tot het eind toe actief te blijven.

Ik wilde graag een kort bevalplan maken. Van het ziekenhuis herinnerde ik me de grapjes over de bevalplannen: hoe meer je opschrijft, hoe minder kans dat er ook maar iets van terecht komt. Een bevalling is bij uitstek een situatie waar je geen controle over hebt.

Helemaal waar, maar waar je wel controle over hebt is hoe je je voorbereidt, en welke technieken je straks gaat proberen in te zetten. Als je die technieken vooraf niet eens geoefend hebt, lijkt me de kans van slagen ook een stuk kleiner. Wat ik veel gehoord had, was dat je tijdens de bevalling toch niet altijd meer zo goed communiceert als normaal. Dus ik wilde het kort houden, maar toch mijn wensen delen met de verloskundige. Deze punten had ik er in geschreven:

- Ik wil graag bevallen in een bevalcentrum.5 

- Als ik het prettig vind, zal ik de weeën in bad opvangen. We hebben zelf een bevalbad gehuurd (mocht het bad in het bevalcentrum onverhoopt bezet zijn).6

- Toucheren is natuurlijk geen probleem, maar ik hoor het liefst alleen of er progressie is wat betreft de bevalling. Dus: het gaat goed, of het gaat langzaam/niet goed. Ik hoef niet het aantal cm ontsluiting te horen.

Deze laatste tip was heel eventjes voorbij gekomen in de cursus. Geen van de koppels kon zich voorstellen dat ze hiervoor zouden kiezen! Iedereen was veel te nieuwsgierig naar wanneer de beroemde 10 cm zouden zijn bereikt. Het biedt echt houvast, dacht iedereen, als je maar weet hoe je ervoor staat in centimeters. Alleen: de weg naar 10 cm is niet altijd lineair. Je kúnt elk uur één cm meer ontsluiten. Maar je kunt óók urenlang geen vooruitgang hebben en dan ineens van 4 naar 9 cm gaan. Als je dan net tijdens die urenlange periode twee keert toucheert, en je hoort 4 cm en even later 5 cm, en lijkt het net of je in 6 uur tijd bijvoorbeeld maar 1 cm bent opgeschoten. Je hersenen slaan aan het rekenen en je denkt: dan duurt de bevalling nu misschien nog wel 30 uur! Ik wilde mezelf dit besparen - als ik het tijdens de bevalling zou aandurven, zo weinig te weten.

Overigens heeft een verloskundige me ook ooit toevertrouwd dat zij dacht dat niet iedereen 10 cm 'haalt'. Het zal er redelijk nauw in de buurt komen, zei ze, maar de ene vrouw baart met 9,5 cm en de ander misschien wel met 11. En dit klinkt heel aannemelijk: kijk maar wat een (prachtige) variatie er tussen lichamen bestaat.

"Prima hoor," glimlachte de verloskundige.

"Die heb ik nog niet zo vaak gehoord, maar we zullen het allemaal zien"

 


1. Ik schrijf bewust kind, en niet 'kindje', 'baby'tje' of 'kleintje' - woorden die ik deze context vaak zie. Voor mij romantiseren of dramatiseren deze verkleinwoorden. Juist in de voorbereiding voor mijn bevalling wilde ik dat niet: drama. Overmatige emoties. Niet meer helder zijn. In een tijd waarin de hormonen door je lijf gieren probeerde ik zo nuchter mogelijk te blijven - en dat was zonder verkleinwoorden al moeilijk zat. Taal doet iets met je! Het speelt trouwens ook mee dat hier vaak op is gehamerd door mijn leidinggevenden. Het gebruik van verkleinwoorden in de kindergeneeskunde werkt het idee van 'poppendokters' in de hand. Het helpt om het gewoon over een jongen te hebben, en niet over een ziek klein jongetje, bijvoorbeeld.

2. Koorts na een ruggenprik treedt op in 1 op 5 gevallen en is een bekende bijwerking van de ruggenprik. Voor moeder niet gevaarlijk, voor kind waarschijnlijk ook niet. Maar omdat een medisch team nooit zeker weet of een kind van een moeder met koorts nu een infectie heeft of niet, het dat gevolgen voor het kind. Bijvoorbeeld een langere opname, een opname los van moeder en vaak alsnog een infuus met antibiotica (al zijn richtlijnen hieromtrent gelukkig laatst versoepeld). 

3. Dit gaat over nulliparae, dus vrouwen die nog nooit eerder bevallen zijn. Bron: Perined - Kerncijfers Nederlandse Geboortezorg 2021. Voor dit hoge percentage is ook een goede verklaring: een ruggenprik en veel andere vormen van medicamenteuze pijnstilling (remifentanyl, lachgas) kunnen nu eenmaal niet 'in de eerste lijn', dus thuis of met verloskundige in het ziekenhuis. Maximaal één op de vijf vrouwen bevalt van haar eerste kindje in de eerste lijn. Dit betreft de totaalgroep, dus sommige vrouwen worden al in de zwangerschap 'medisch', maar het grote deel pas tijdens de bevalling wegens hun pijnstillingswens.

4. Zie: Rutten JMTM, Reitsma JB, Vlieger AM, Benninga MA. Gut-directed hypnotherapy for functional abdominal pain or irritable bowel syndrome in children: a systematic review. Arch Dis Child. 2013 Apr;98(4):252-7

5. Deze locatievoorkeur was dus sterk gerelateerd aan mijn persoonlijke ervaringen. Als jouw eigen voorkeur is thuis te bevallen dan kan ik dat goed begrijpen. Dat is in Nederland ook gewoon veilig, door de risicoinschatting die verloskundigen maken.

6. Dat huren hebben we op stel en sprong geregeld in week 37 - ik moet nog glimlachen als ik er aan terugdenk. De overtuigingen die je als zwangere kunt hebben, haha.