zaterdag 7 oktober 2017

De kilometers onder mijn voeten

Heerlijk: het is fris, ik start de ochtend weer eens in mijn roze hardlooptrui. Mijn enige hardlooptrui, want zelfs al loop ik 1000 km per jaar: duurzaamheid zit altijd in achterhoofd. Waarom zou ik meer dan twee, drie hardloopoutfits nodig hebben? Principes zijn niet alleen voor makkelijke tijden, maar voor altijd. En heb ik er last van? Eigenlijk niet eens. Ik was de kleding zelfs wat vaker met de hand, en varieer met hemdjes eronder, of in extreme kou in de winter met ook nog een hoodie erover.

Prachtig: het was nog twee weekenden zonnig. Het waren waarschijnlijk mijn laatste loopjes in korte broek dit jaar. De kilometers vliegen onder mijn voeten voorbij. Maandag, woensdag, zaterdag. Zondag, dinsdag, donderdag. Welke dag ren ik niet? Hoe lang wordt de duurloop dit weekend? Hoe laat gaan we straks rennen?, want ik moet mijn eten er op afstemmen.

Ongeduldig vragen vrienden, familie en collega's wat mijn volgende doel is. De marathon daar en daar? Mijn tijd op de halve verbeteren? Wat meer tien kilometer-wedstrijdjes gaan doen?
Ja, misschien ooit, misschien sneller dan verwacht zelfs.
Maar niets van dit alles is waar ik voor loop.

Ik loop voor de lucht. Voor de adem die het me schenkt. Als rust in de polder, adrenaline in de stad.
Om net voor de regen binnen te zijn, of alvast buiten. Ik ren in stilte of met muziek in mijn oren, waar zich desondanks gedachten en plannen doorheen boren.
Ik loop omdat het me goeddoet afgetrainde mannen in het park in te kunnen en dat tempo vast te houden. Ik ren omdat de spierpijn maandagochtend me herinnert aan een fantastische run in de duinen. Om me 's avonds laat doordeweeks nog even op de bank te nestelen voor rust en herstel.

Ik loop voor mij.

Als ik loop, dan vlieg ik
Dan is niets meer belangrijk, hooguit minuten per kilometer wanneer ik een record wil halen.
Het is mijn kans stress achter me te laten Zorgen verdampen als transpiratie in de zon. Ik richt mijn blik alleen nog op de weg, de natuur, de verte of het stoplicht. Armen langs mijn lichaam verstevigen mijn pas. Mijn vingers worden vlak, zijn aaneengesloten vingers als ik mijn eindsprint inzet.

Soms even die uitgeputte blik op mijn horloge als het me te zwaar wordt, maar nooit spijt.

Nooit spijt. Alleen maar rust,
en kracht
en adem.



Bron

vrijdag 29 september 2017

Nachtdiensten in het ziekenhuis

Bron
Eindeloze uren en razendsnelle seconden. Soms gebeurt er niets, maar áls er iets gebeurt, sta je er soms zomaar alleen voor. Misschien moet je supervisor van ver komen, en stapt ze pas in de auto als je haar belt, zo om 2:33 uur. Of misschien slaapt je achterwacht wel in het ziekenhuis, en valt het mee.

Ik ben alweer een tijdje afgestudeerd en sindsdien werk ik als arts in het ziekenhuis. Gaaf! Ik vind het fantastisch. Patiënten beoordelen, op zoek naar een diagnose en daarna ook echt kunnen helpen met therapie. Dat ik bovendien de kans krijg om met zieke kinderen te werken, vind ik echt heel bijzonder. Je helpt een gezin in een moeilijk, kwetsbare periode, of dat nu 2 nachtjes is of wekenlang. Het betekent dat je 24 uur per dag, 7 dagen in de week beschikbaar moet zijn als ziekenhuis of spoedeisende hulp. En ja, daar horen ook nachtdiensten bij. Voor iedere arts.


Bron


Nachtdiensten, zeker in een vak met collega's zoals het mijne, krijgen ritme door eten. Ze drááien om eten, denk ik soms wel eens! Van handjes krakende ribbelchips om 00:45u naar chocolade rond 03:30u, tot een leeg gevoel in je buik als de collega's van de volgende shift 's morgens binnenkomen met dampende bekers koffie.
Nachten geven ruimte voor bijkletsen als er niets te doen is. Of samen mopperen op de postbode, die het overdag heeft gewaagd aan te bellen met een pakketje voor de buren. Terwijl jij probeerde voor te slapen voor je eerste van een reeks van zeven.

In de ochtend is het rillen van de kou, ook al is het hoogzomer, of juist toch zweten op de fiets naar huis, ook al is het herfstig fris. Vaak heb ik gedacht: verandert mijn temperatuurregulatie? Vaak krijg ik een energiestoot als ik uit het ziekenhuis naar buiten stap 's morgens, die algauw gevolgd wordt door een instorting als ik niet snel ga slapen. Naar bed na een nachtdienst doe ik trouwens nooit zonder ontbijt, want ik wil niet wakker worden van de honger om 13:00 uur, maar dit verschilt van persoon tot persoon.

De eerste nacht is altijd het zwaarst: je kunt dan 's avonds je bed niet uit komen.
Maar de tweede en derde nacht zijn niet minder moeilijk. Je moet jezelf dwingen iets sociaals te ondernemen: je voelt je geradbraakt, zelfs als je je feitelijk veel minder uren werkt dan een werkweek met dagdiensten. Je bent er ineens gewoon een stuk langer mee bezig: 's ochtends nog even afbouwen met ontbijt, en 's avonds tussen 20:00 en 22:00 uur aan het 'wachten' tot je weer weg moet.


Bron


Nachtdiensten werken: wat mij betreft echt een vak apart.
Het heeft zijn charme, maar kent ook enorme nadelen. Die nadelen heb ik zelf pas leren kennen nadat ik ook echt nachtdiensten ging werken als arts-assistent. Dat maakt dat ik dit stuk wilde schrijven.

Een ander motief was er ook. De Helweek. Een boeksensatie op allerlei blogs in 2015 en 2016. De auteur, mental coach van beroep, daagt je uit om uit je comfort zone te stappen en er een waanzinnig productieve week van te maken. Geen TV. Sociale dingen alleen 's avonds. Elke dag om 5 uur op. Gezond eten.
Klinkt goed, wat mij betreft.
Oja, én één nacht doorhalen. Met wat meer rustmomentjes op de dag erna.

Dat vond ik nou niet oké.
Een nachtdienst werken doe je uit compassie: ziek word je ook in de nacht. Opereren moet soms ook in de nacht. Politie, ambulance, meldkamer, machinisten: allerlei mensen werken verplicht in de nacht. Je doet het ook uit compassie met je collega's: het is niet gezond áltijd nachtdiensten te werken, dus je verdeelt ze met je team.
Je doet het uit nieuwsgierigheid: zou het waar zijn dat "grote trauma's" en "spannende dingen" alleen 's nachts gebeuren? (Antwoord: ja, wel vaker, maar nee, niet alleen maar)

Maar je doet het niet, écht niet, omdat je het "beste uit jezelf wil halen". Omdat je productief wil zijn. Tuurlijk, je kunt best productief zijn in de nacht: ik heb in nachtdiensten zowel blogjes als wetenschappelijke artikelen geschreven. Maar het is absoluut niet de beste tijd, voor je geest of je lichaam.

Hieronder vertel ik waarom.



Voeding

Mensen die regelmatig nachtdiensten werken, hebben meer kans op obesitas, ernstig overgewicht dus.1 Dat heeft verschillende redenen.
Zoals ik al schreef, eten veel mensen vaker, omdat dit de nacht een ritme geeft. Net als lunch en tussendoortjes overdag, heb je ook een voedingsritme 's nachts nodig. Maar... omdat je ook niet wakker wil worden van de honger wanneer je eindelijk mag slapen, en misschien ook thuis nog sociaal mee-eet, eet je in een week nachtdiensten algauw een stuk meer.
Bovendien wordt het door het snacken een stuk ongezonder (als je niet zelf je eten maakt zijn er 's avonds ook een stuk minder gezonde eetmogelijkheden op je werkplek!).
Tel daarbij op dat sporten lastiger wordt en dat je biologische klok (die verstoord raakt) ook invloed heeft op je metabolisme. Bam! Je moet wel erg sterk in je schoenen staan om al deze factoren te verslaan.

Mensen die nachtdiensten werken hebben, waarschijnlijk door een combinatie van factoren, meer kans op type 2 diabetes (suikerziekte).2 Daarnaast wordt er gespeculeerd over de grotere kans op allerlei soorten kanker, zoals borstkanker. Onderzoek naar nachtdiensten is echter lastig, zoals je verderop zult lezen.

Bron*


Hoe doe ik dit? Ik plan minder sociale afspraken in een nachtdienstweek en zorg er voor dat ik minimaal 1x ga hardlopen. Ik besteed dan geen aandacht aan snelheid of personal records, het gaat om het sporten. Ook fiets ik altijd naar mijn werk.
Mijn eten maak ik altijd zelf en ook 's nachts neem ik snackgroente en fruit mee. Sorry, ik ben dus niet de collega die 's nachts trakteert op chips. Al zal ik er misschien wel een handje van nemen als het me wordt aangeboden ;-)
Andere tips? Op Pinterest vind je er genoeg!


Slapen

Slapen in de eerste nacht doe ik niet, dat vind ik gevaarlijk. Je hebt vaak verschillende nachtdiensten achter elkaar en als je je ritme niet omgooit, blijf je de hele week 's nachts moe. Dat betekent dat ik de eerste dienst vaak lange tijd wakker ben. Gelukkig heb ik na een tijdje leren 'voorslapen'. Iedereen heeft hier zijn eigen voorkeur in, je wordt er gelukkig vanzelf beter in na een tijdje.

Door nachtdiensten wordt je slaap overdag (vanaf na de eerste nacht) gefragmenteerder en dat maakt het minder van kwaliteit. Hierdoor voel je je na verschillende diensten mentaal vaak erg moe.

Maar het fijnste? Elke ochtend al die mensen naar hun werk zien gaan en zelf lekker je bedje in kruipen. Hmm, heerlijk, vooral met goede gordijnen en stille buren :-)


Bron


Productiever?

De eerste uren van een nacht ben je vaak nog opgewekt. Maar 3-4 uur na je gebruikelijke bedtijd verandert er van alles. Je gaapt eindeloos, denkt trager, typt twee keer hetzelfde. Dit soort symptomen bestrijd je met koffie, en eten, maar dat wil niet zeggen dat je direct productiever wordt. Zelf heb ik veel meer moeite met motivatie in de nacht als het gaat om ingewikkelde taken. Makkelijke taken kan wel, daarom ruim ik vaak mijn mailbox op in een week nachtdiensten, of beantwoordde ik achterstallige mails.


Ongezond?


Onderzoek doen naar nachtdiensten is erg lastig. Niet iedereen vult de tijd eromheen hetzelfde in: de één stapt thuis direct zijn bed in, de ander heeft misschien een langere reistijd naar huis en blijft wakker tot de lunch, maar slaapt dan door tot 20:30 uur. Misschien werken mensen met een ongezonde leefstijl juist vaker in de nacht? Ik ken enkele verpleegkundigen die bijna alleen maar 's avonds en 's nachts werken... en herinner ik me nou goed dat zij allemaal rookten?

Er zijn ook andere geluiden. Sommige onderzoeken laten zien dat mensen die in ploegendienst werken zelfs minder vaak ziek lijken te zijn.3 En zelf kom ik er met mijn eigen tips & tricks inmiddels ook best goed doorheen.

Conclusie: zijn nachtdiensten tof, en zou ik jou ooit een helnacht aanraden?

Daar kan ik kort over zijn. Nee en nee.
Nachtdiensten kunnen een mooie ervaring zijn, zeker als je eens ruimte hebt te kletsen met een collega die je lang niet spreekt, of als je samen een ernstig zieke patiënt goed door de nacht krijgt. Nachtdiensten kunnen best prima, productief en gezellig zijn. Maar daar tegenover staan een omgedraaid ritme, lastiger sociaal leven en na een aantal nachtdiensten vermoeidheid en emotionele labiliteit, om nog niet te spreken van de nadelige effecten op je eigen gezondheid.

Helweek? Vooral doen als je er zin in hebt, maar zorg gewoon goed voor jezelf en laat die helnacht lekker zitten.



Bronnen
1. Peplonska, B. et al. Association of Rotating Night Shift Work with BMI and Abdominal Obesity among Nurses and Midwives. PLoS One (2015).
2. Pan, A. et al.  Rotating night shift work and risk of type 2 diabetes: two prospective cohort studies in women. PLoS Med (2011)
3. Venrooij T van. Werken in ploegendienst niet gerelateerd aan meer ziekteverlof. 14-02-2017. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde

* Ik ben niet zo van de pakjes drinken en Cliff bars vind ik overrated als je kijkt naar prijs-kwaliteitverhouding en waste... maar deze foto toont een prima begin :-)

zaterdag 12 augustus 2017

Cityguide: Lissabon voor mensen met groene idealen

De Lisboa com amor 💛


Wat een heerlijke tijd heb ik gehad in Lissabon! Terwijl ik genoot van de zon en warmte, kwam ik handenvol inspirerende plaatsen, uitzichten, winkeltjes en mensen tegen. Zo kwam ik op het idee een stukje te schrijven over deze mooie reis. Opdat straks ook jij, lezer met groene idealen, weet waarom je met een gerust hart op vakantie kunt naar deze stad.



Er zijn vele manieren om over reizen te schrijven. De grootste impact heb je door (met stip op 1) je manier van reizen. Daarnaast zijn je activiteiten en eten belangrijk. Die laatste twee zijn eigenlijk ook je belangrijkste bezigheden op reis, en daarom focus ik me hierop.



Eten: van courgettebloem tot vegan empanadas!

 

Portugal lijkt op het eerste gezicht niet bepaald vriendelijk voor vegetariërs. Een vega optie ontbreekt regelmatig op de menukaart of bestaat simpelweg uit friet. Nu houd ik best van frietjes, maar die noodoptie kan altijd nog. De oplossing blijkt simpel: ga lekker uit eten niet in, maar buiten de populaire uitgaanswijk Bairro Alto! Daar is men helaas iets te veel bezig met de 'standaardtoerist', die op zoek is naar vis & steak.



1. A taberna da Rua das Floras

Dit kleine restaurantje was echt subliem!
Je bestelt als tafel meerdere petiscos, kleine gerechten die doen denken aan tapas. Voor twee personen raadde men drie gerechten aan.

Wij besloten alle vier de vega opties van de kaart te nemen en daar kregen we geen spijt van! Zo kregen we een overheerlijke salade van >4 soorten tomaat, deliciously grilled vegetables en gefrituurde courgettebloem. Oja, ze maakten ook nog eens een heerlijke alcoholvrije cocktail met citroenschuim.

Tip: reserveer! Dat doe je door langs te gaan op diezelfde dag. Het is bij dit uitstekende restaurant vrijwel onmogelijk om spontaan te gaan zitten. Wij reserveerden om 18:00u door gewoon langs te lopen en waren om 20:00u diezelfde avond welkom.


2. Vegan cappuccino & more

Onderweg naar hooggelegen wijk Alfama sloeg de honger toe. Ik vind het fijn thuis een lunch te maken, maar daar hadden we die dag niet aan gedacht... Niet zo handig, want de toeristische restaurantjes die we passeerden hadden op hun kaart als belangrijkste vega gerecht een omelet.

Door het winkeltje op de Rua da Sao Tomé 54* werd ik blij verrast. Op een hip krijtbord was te lezen dat we hun vegan empanadas konden snacken of meenemen. Perfecte timing! We aten ze op en dronken er de zelfgemaakte citroenlimonade, terwijl we heerlijk buiten zaten, op de stoep, aan het enige tafeltje dat de winkel had.

Op de kaart zie ik nu trouwens dat een klein stukje lopen verder een vegan restaurantje zit, Princesa do Castelo, dat uitstekende reviews krijgt.


3. Bossa is een jong restaurant dat ook al zo'n fijne verrassing was. Rustige bediening, zachte muziek, ontspannen sfeer en het belangrijkste: heerlijke gerechten (en sublieme toetjes!).

Dus wil je als vega(n) naar Lissabon? Geen zorgen, dat komt helemaal goed!


To do: ontspannen in prachtige parken

 

In elke reisgids zul je de hotspots in en rondom het centrum van Lissabon vinden: van de Rua Augusta tot Estrela en Belém. Dat zijn niet voor niets hotspots, ga ze zeker zien! Maar Lissabon heeft nog veel meer te bieden.

Hoewel het een grote stad is, met de gebreken die erbij horen, kunnen liefhebbers van dier & natuur hier ook hun hart ophalen. Verspreid door de stad zijn verschillende groene plekjes te vinden, waar je heerlijk kunt ontspannen met een boek op een kleedje. Of juist kunt genieten van je lunch op een bankje in de zon, terwijl je naar de dieren in het park kijkt.

Buig je ook eens over de vijvers, waar je gegarandeerd vissen, kikkers of schildpadden ziet.


Betaalde botanische tuinen zijn er ook, bijvoorbeeld Estufa Fria, Jardim Botanico d'Ajuda & Jardim Botanico Tropical. Het uitzicht bij Estufa Fria is gratis, en daar waren wij al heel tevreden mee. De gratis parken waar ik heerlijk ontspannen kon lezen, in gezelschap van een vis of schildpadje waren Gulbenkian Park, het park rondom Linha d'Água & Praca do Principe Real

Praca do Principe Real
is een schattig stadsparkje. Weliswaar piepklein, maar toch een uitstekende plek om even te schuilen voor de zon, of er juist van te genieten. Het park heeft op 2 hoeken een kleine kiosk, waar je terecht kunt voor koffie of vers sinaasappelsap. Iets duurder dan wanneer je het bij de bar in de buurt koopt, maar de jongen heeft dan ook een schattige spaarpot op de toonbank staan: a tip for a trip. En trouwens, het is er nog altijd goedkoper dan in de Nederlandse hoofdstad...

Vlakbij het Praca zijn ook allerlei hippe winkeltjes te vinden, die spullen verkopen van het kaliber: erg leuk, maar heb je zeker niet nodig. Vind ik stiekem toch altijd leuk om in te snuffelen, die hipsterzaken, al koop ik er (met mijn minimalistische insteek) nooit wat.


Veganism is not dead in Lisbon!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet te missen in de omgeving


In Sintra (30 minuten met de trein) vind je verkoeling als het in Lissabon bloedheet is. In dit hoger gelegen gebied waan je je in een andere wereld, dankzij de lagere temperatuur en prachtige bossen. Die mag je echt niet missen, nu je zo dichtbij bent. Ook het Palácio da Pena in Sintra is een aanrader. Wij kochten geen toegangskaartje voor het paleis zelf, het park bleek al ontzettend mooi en gaf ook toegang tot vrijwel alles rondom het paleis. Mocht je er toch in willen, dan kun je ter plekke altijd nog een kaartje kopen.


Zoekplaatje!





















Houd je van surfen, dan zijn de stranden rondom Guincho dé place to be. Als je gewoon van het strand houdt ook, trouwens, maar kies dan liever voor Cascais.

Lissabon en haar omgeving hebben me echt positief verrast! Ondanks de soms lange zoektocht naar vega, lekkere én leuke restaurantjes heb ik het ontzettend naar mijn zin gehad.

Tot slot: is er nog iets dat je níét moet doen?


Ja, helaas wel.  Incidenteel worden in Lissabon nog stierengevechten georganiseerd in de Campo Pequeno. Daarnaast kun je dagelijks de arena en het mini stierenvechtersmuseum bezoeken. Zelfs al ga je maar één keer naar zo'n evenement: je geeft er een signaal mee af, namelijk dat nieuwsgierige toeristen bereid zijn te betalen om een stier te zien lijden. Uiteraard sta je niet achter stierenvechten (lees hier waarom niet), en raad ik je een bezoekje aan de arena dan ook af. 


* Niet terug te vinden op Google. Het is in ieder geval niet restaurant Tiagu's dat er naast ligt: daar lopen mensen vooral boos en ontevreden weg!  
** Bron foto's: allemaal mijn eigendom!

zaterdag 8 juli 2017

Living like Larry - Film: Okja

Op mijn achtste verjaardag kreeg ik iets waar ik voor mijn gevoel al jaren naar verlangd had: een huisdier. Een eigen konijn. Het mooiste was misschien wel de kleur van zijn vacht: grijs. Precies zoals ik gevraagd had.

Het konijn bleek een wilde rammelaar. Een mannetje dat niet per se van knuffelen hield, maar graag gaten groef in het gras onder zijn zomerse ren.
Ook ongeveer op mijn achtste verjaardag werd ik vegetariër. Een dier op te eten? Die gedachte kon ik absoluut niet meer weggekauwd krijgen.
Het was wel vreemd, vond mijn omgeving, dat vegetarisme. Ik kende niemand die zo at en wat moesten we dan eten? Mijn moeder was toch vooral degene die kookte... Omdat zij zich regelmatig zorgen maakte, (ver)stopte ze toch nog regelmatig vlees in sauzen. Zo rond mijn vijftiende werd ik definitief vegetariër. Nu echt.


Op de mooie blog van Hailey las ik vrijdagavond over de film Okja. In mijn haast las ik niet goed, en even dacht ik dat het een documentaire was. Gelukkig bekeek ik nog even Wikipedia voor ik Netflix startte: Okja is een film. Zoals Haileys titel al zegt: een absolute must-see.


Bron

Plot
2017, Zuid-Korea. Mija is een jong meisje uit dat samen met haar opa in de bergen woont. Tien jaar eerder zijn ze door het gigantische bedrijf Mirando benaderd. Mirando verkoopt organic meat en Mija's familie is uitgekozen om voor een magical piglet (supervarken) te mogen zorgen. Over de hele wereld zijn 26 van die biggetjes aan lokale boeren gegeven. Het is een soort tienjarige wedstrijd: door wiens lokale leefstijl zal het varken het hardst groeien?

Mija is opgegroeid met het varken, dat ze Okja (spreek uit: Okeeja) heeft genoemd. Ze rolt er mee door de modder en klimt bij het reusachtige varken op de buik. Maar de tien jaar zijn voorbij en vertegenwoordigers van het bedrijf komen langs in Zuid-Korea.

Okja is het grootste varken geworden. Ze heeft de wedstrijd gewonnen. Medewerkers van Mirando komen haar ophalen. Na een feestelijk onthaal in New York zal Okja worden geslacht. Haar vlees zal goed zijn om vele monden te voeden. Okja is namelijk een genetisch gemodificeerd reuzenvarken. De baas van Mirando wil haar (en de andere supervarkens) presenteren als een soort goedkope oplossing van het wereldvoedselprobleem...


Sinds ik definitief vegetariër ben, is de dierenindustrie me steeds meer gaan tegenstaan. Ik eet inmiddels dan ook meerdere dagen per week veganistisch.
Gelukkig heb ik, in de afgelopen 10 jaar dat ik vegetariër ben, wel veel verandering van de mindset gemerkt. Vegetarisch eten is normaal geworden, terwijl ik in het begin nog wel eens afkeurende reacties kreeg.
Iedereen weet nu dat geen vlees eten beter is voor zo ongeveer alles: dier, milieu (zowel lokaal als mondiaal), de gezondheid van de eter en de gezondheid van de slachter (werken in slachthuizen wordt als zeer traumatisch ervaren).
En op elke kaart is wel een vega gerecht te vinden, in ieder geval in Nederland (al is het soms lang zoeken & niet zeuren over een fantasieloze salade).

Maar wat ik lastig vind, is dat vlees eten de norm lijkt te blijven. Bijvoorbeeld:
Op een verjaardag wordt mijn vriend gevraagd of hij nu ook verplicht vega eet, omdat we zijn gaan samenwonen. Het schaaltje gehaktballetjes wordt in zijn richting geschoven: "neem het er maar van, nu je kan!". En van een wetsvoorstel om bitterballen/snacks voor 50% vegetarisch te serveren, wordt een megaprobleem gemaakt. Omdat men de vrije keuze niet wil belemmeren (behalve dan door op dit moment 100% bitterballen te serveren?).

Omgaan met dit soort situaties vind ik lastig. Met lastig bedoel ik: eigenlijk wil ik fel en giftig reageren, maar als vegetariër wil ik niet weggezet worden als verzuurde idealistische trut. Ik wil in familie-omstandigheden gezien worden als gezellige gast, niet als moeilijke eter. Zelfs al zijn het altijd ándere mensen die over mijn eetgewoonten beginnen. Zelfs al ben ik inmiddels zó lang vegetariër al, dat je mag verwachten dat mensen toch wel meer eigenschappen van mij zouden kennen, dan alleen mijn eetgewoonten...

Ongeveer eens per jaar durf ik iets over de dierindustrie te openen: een slachthuisfilmpje, een schokkend boek (Eating Animals, lees dat!) en nu: de film Okja. En soms, als de blootstelling aan zoiets nog kort geleden was, lukt het me niet om me in te houden naar een toevallig familielid dat zo'n opmerking plaatst. Daarom zou ik willen dat iedereen deze film weer zag, als refresher of als nieuwe informatie.

Zelf heb ik het tijdens het kijken tot halverwege volgehouden, maar daarna heb ik de film met handen voor mijn mond bekeken. Wat een absurdistisch toneel... en wat lijkt het veel op onze hedendaagse wereld. De naam Mirando is niet toevallig gekozen: vielen jullie al de overeenkomsten met Monsanto op? Het akeligste bedrijf dat ik ken (voor meer over Monsanto: kijk de documentaire The True Cost).

Tranen rolden over mijn wangen bij de laatste beelden. Omdat ze niet zoveel verschilden van het slachthuisfilmpje uit België dat ik zag. Okja brengt opnieuw an inconvenient truth je woonkamer binnen. Gaat dat zien, want zelfs de  absurdistische scènes zijn, als we niet uitkijken, niet ver van de werkelijkheid.

★★

Okja is te vinden op Netflix.

P.S. Zelf op zoek naar manieren om je eetpatroon vriendelijker voor mens, dier en milieu te maken? Ik schreef er een drieluik over: Goed Eten.

Goed Eten I: vlees(vrij), verspilling, verpakking
Goed Eten II: voedzaam, van ver, vernieuwend
Goed Eten III: vredelievend, variatie, voorraad

zaterdag 17 juni 2017

Boeken - Taarten bakken in Kigali

Angel is een begaafd taartenbakster en runt een aardig succesvolle onderneming in Kigali (Rwanda). Ze bakt de prachtigste taarten, waarbij het niet uitmaakt of de gelegenheid nu een  verjaardag, doopfeest of een bijzonder etentje was. Via kennissen laat ze extra benodigdheden invliegen naar Kigali, zoals taartstiften en zo weet ze voor haar grote gezin in het armoedige Rwanda wat extra geld binnen te brengen. De familie Tungaraza komt eigenlijk uit Tanzania en Angel mist haar geboorteland regelmatig.

Angel heeft 6 kinderen, of nee: het zijn haar kleinkinderen. Haar zoon en dochter zijn beide om het leven gekomen en Angel, die zeker voor Westerse begrippen nog niet zo oud is om oma te zijn, zorgt dus opnieuw voor jonge kinderen.




Ik was al eens eerder in Taarten bakken in Kigali begonnen, een paar jaar geleden. Het boek sprak me erg aan, maar ik kwam niet verder dan het eerste hoofdstuk: toen moest het alweer terug naar de bibliotheek. Dat was nog in de tijd dat ik vaak een stapeltje boeken meenam. Omdat het me echt teleurstelt boeken ongelezen terug te zetten, neem ik sinds dit jaar steeds maar 1 boek mee van de bibliotheekplanken. Met succes: ik las dit jaar al een paar pareltjes. Dit boek is daar één van.


Intermezzo: het verhaal van Rwanda


In 1994 vond in Rwanda een verschrikkelijke massamoord plaats. De meeste van mijn vrienden waren toen nog baby's, peuters of kleine kinderen, vandaar waarschijnlijk dat veel mensen er nauwelijks vanaf weten. Mocht dat ook voor jou gelden, dan is er één film die ik je van harte kan aanraden: Hotel Rwanda.

Hotel Rwanda is een film gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Paul Rusesabagina. Paul was tijdens de genocide eigenaar van Hotel des Mille Collines. Zelf heb ik ook pas over de geschiedenis van Rwanda geleerd na het kijken van deze film. Inmiddels heb ik hem drie keer gezien: elke keer ademloos. Ik vind het zelfs een beetje een verplichting dat we als mensen uit het Westen onze ogen niet sluiten voor wat toen is gebeurd: de Verenigde Naties hebben pas veel te laat ingegrepen in dit geval (Iris was het gelukkig met me eens).


Hoe het boek beviel


Taarten bakken in Kigali is een boek dat zijn kracht haalt uit zijn achtergrond: het dagelijks leven in een land met zo'n verdrietig recent verleden als Rwanda. Na een sterke introductie moest ik in het begin erg wennen aan de uitgeschreven dialogen. Het ging me allemaal wat traag, waarbij ik misschien over het hoofd zag dat de roman vertaald is en ook alweer 8 jaar oud is.
Naarmate het boek vorderde, zag ik steeds meer waarde in de eerst zo nietszeggende gesprekjes. Angel, of Mama-Grace ('Mama van Grace') zoals ze genoemd wordt, is een simpele maar doortastende vrouw met een groot rechtvaardigheidsgevoel, die moedert over hele buurt. Met succes. Je wordt al snel deelgenoot van het alledaagse leven in de compound en je krijgt een paar prachtige woorden Swahili en Kinyarwanda cadeau.
Verwacht geen ijzersterk plot, maar een indringend bundel ervaringen van gewone mensen, en je zit goed.

Murakoze cyane, Gaile Parkin, voor dit mooie boek.

★★★★

Taarten bakken in Kigali - Gaile Parkin

woensdag 14 juni 2017

Laat zich niet omdenken

Wat een heldere hemel, fel stralende zon, zomaar in Nederland. Blote voeten in het gras.

Het is warm buiten. Fris en beloftevol warm in de ochtend, drukkend en benauwend in de middag. Ik laat mijn rolluik de hele dag halfdicht. Mijn kamerraam staat altijd op een kiertje. Hier leer ik het beste, al zes jaar lang. Achter mijn kleine bureautje, dat me geen enkele rommel toestaat. Dan zou het schrijfvlak immers meteen volliggen. Dat is nu eigenlijk al het geval: verschillende kleine stapels oefenexamens vechten om mijn aandacht.

Geen enkel A4 krijgt die aandacht ook.

Ik zit verslagen op de grond, op valafstand van mijn bureau. Hoe moet ik dit voor elkaar krijgen? Ik heb nog drie weken, maar mijn buik is vol angst, gemetseld als bakstenen. Eindeloos slik ik, maar ik krijg de blinde paniek niet door mijn keel gespoeld, mijn lijf uit. Weet niet waar ik moet beginnen. Weet niet hoe ik dit kan halen, ik? Ik red het niet.

Het zijn hulpeloze gedachten, totaal niet behulpzaam, ik weet het. Wat door mijn hoofd raast is verre van rationeel. Zelfs als ik diverse onvoldoendes haal, kan ik nog een bovengemiddeld goede cijferlijst op mijn gymnasiumdiploma veroveren. Zo netjes sta ik ervoor. Zo goed kan ik de eindexamens in.

Het helpt niet.

Mijn voeten wrijf ik gefrustreerd, wanhopig haast, over het kleine oosterse tapijt voor mijn bed. Mijn voetzolen tintelen van stress, en irritatie over mijn eigen gedrag. Waarom kan ik mezelf nu niet even bijeenrapen? Aan een oefenexamen beginnen? Hoe langer ik hiermee doorga, hoe gestoorder het is, en hoe minder tijd ik straks overhoud voor het leren zelf. Dat besef ik toch wel?

De laatste gedachte maakt me nog zenuwachtiger dan ik al was.
Alsof het zo hoort begin ik weer te huilen.

"Lieverd toch," zegt mijn moeder, die naar boven is gekomen.
"Zal ik een tosti voor je maken?"
Aan haar hand laat ik me naar beneden voeren.
Het is een lange tocht.


Mei 2008